Op turnen staat geen leeftijd!

Levende legendes Dragulescu en Chusovitina deden beiden een gooi naar de sprongfinales in Tokio. Voor de Roemeen Marian Dragulescu waren het al zijn vijfde Olympische Spelen. Met zijn 40 lentes was hij de oudste gymnast op de Spelen in 60 jaar. Zijn meest succesvolle Spelen waren die van Athene (2004), waar hij tweemaal brons (sprong en team) en eenmaal zilver won (vloer).

Voor de 46-jarige Oksana Chusovitina (UZB) waren het zelfs al haar achtste Olympische Spelen. Ze won goud met het team in Barcelona (1992) en zilver op sprong in Peking (2008), waar ze voor Duitsland uitkwam. Helaas konden beide gymnasten zich niet plaatsen voor de finale. Voor een zaal zonder publiek, maar met een staande ovatie van de andere gymnasten en juryleden, nam Chusovitina in tranen afscheid van de turnsport.

Iets jonger, maar toch het vermelden waard, is de 30-jarige Italiaanse Vanessa Ferrari, die al op haar vierde Spelen stond. Na twee vierde plaatsen aan vloer (Londen, 2012, en Rio, 2016) wist ze zich met een schitterende oefening op de tonen van Andrea Bocelli’s ‘Con te partirò’ naar het zilver te turnen (na de Amerikaanse Jade Carey).

Verrassende olympische kampioenen trampoline

Zhu Xueying (CHN) is de tweede Chinese vrouw ooit die olympisch kampioene trampolinespringen werd. Ze won het goud vóór haar landgenote Liu Lingling en de Britse Bryony Page, die 5 jaar na haar zilveren medaille in Rio opnieuw op het podium stond. De 32-jarige Rosannagh MacLennan (CAN) turnde al haar vierde Olympische Spelen. Tijdens de vorige twee edities won ze telkens het goud. Nu moest ze vrede nemen met een vierde plaats. Toch knap na haar enkelblessure!

De 20-jarige Ivan Litvinovich (BLR) haalde het goud opnieuw naar Wit-Rusland. Hij versloeg de olympisch kampioen van 2012 Dong Dong (CHN) (ook al 32), die met het zilver al zijn vierde olympische medaille won. Het brons was voor de Nieuw-Zeelander Dylan Schmidt. Regerend olympisch kampioen Uladzislau Hancharou (BLR) viel net naast het podium, op 0,110 punten van het brons.

Ritmisch gymnaste Ashram wint eerste goud ooit voor Israël

Ook in de ritmische gymnastiek was er een verrassende winnares. De Israëlische Linoy Ashram won het eerste goud ooit voor Israël. Hiermee kwam een einde aan de 20-jarige dominantie van Rusland. De 22-jarige Ashram was de eerste niet-Russin die goud won sinds de Oekraïense Ekatarina Serebrianskaya in Atlanta 1996. In een uiterst spannende finale kwam de Russin Dina Averina slechts 0,150 punten tekort om Rusland de zesde opeenvolgende olympische titel te bezorgen. Kleine foutjes bezorgden de drievoudige wereldkampioene het zilver. Ashram haalde het dankzij haar hoge moeilijkheidsgraad. Het brons was voor de Bulgaarse Alina Harnasko. Arina Averina, de tweelingzus van Dina, werd vierde.

Biles zet mentale gezondheid in de sport op de agenda

Iedereen verwachtte een resem gouden medailles voor Simone Biles, olympisch kampioene van 2016. Maar hoewel haar Spelen korter dan verwacht waren, bleken ze niet minder betekenisvol, integendeel. Het was niet de Simone Biles die we kenden. Tijdens de kwalificaties maakte ze atypische fouten. Toch plaatste ze zich voor alle finales. Op haar Instagram-account vertelde ze later dat ze de druk van de wereld op haar schouders voelde om te presteren op deze Spelen. Tijdens de teamfinale sprong ze een Yurchenko anderhalve schroef (i.p.v. de geplande tweeënhalve schroef) en verliet ze nadien de competitiehal. Ook voor de allround-, sprong-, brug- en vloerfinale paste ze omwille van ‘twisties’. Dat is de naam voor een psychologisch probleem waarbij je niet meer weet waar je bent in de lucht tijdens het schroeven, wat uiteraard gevaarlijk is in de turnsport. Met haar open houding over haar mentale worstelingen kreeg ze bijval van atleten uit de hele wereld en zette ze mentale gezondheid wereldwijd op de agenda. Onder massale aanmoediging turnde ze op de laatste finaledag haar balkoefening (met een afsprong zonder schroefsalto). Haar bronzen medaille werd gevierd alsof ze goud won. 

Onverwachte winnaars in het toestelturnen

In de teamfinale bij de mannen wonnen de Russen het goud. Onder meer dankzij heroïsche prestaties van Nikita Nagornyy en Arthur Dalaloyan. Deze laatste scheurde minder dan vier maanden geleden nog zijn achillespees. Bij de vrouwen ging het goud eveneens naar Rusland. De Russische vrouwen, met Angelina Melnikova, waren oppermachtig. Voor de mannen was het al van 1996 geleden dat ze nog eens konden winnen. Voor de vrouwen was het hun eerste gouden teammedaille sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. De VS (zonder Biles) moest vrede nemen met het zilver. Het goud in de allroundfinale bij de mannen ging naar de 19-jarige Hachimoto Daiki (JAP). Hij is hiermee de jongste man ooit die olympisch goud wint. Het goud bleef zo wel in Japan, want de vorige twee edities werden gewonnen door Kohei Uchimura. Bij de vrouwen was het goud al voor de zesde keer op rij voor Amerika. Sinds 2004 (Athene, Carly Patterson) ging het allroundgoud telkens naar de VS. Nu viel die eer te beurt aan Sunisa Lee. Zij volgde haar landgenote Simone Biles op.